/// Nieuws /// heeft u recent een formulier "verklaring secundair hergebruik van persartikelen" ontvangen? /// Nieuwe richtlijnen voor deeplinking /// Workshop 22 september "Deeplinking naar krantenartikels" ///

Activiteiten

Wettelijke licenties

De focus van Reprocopy lag de eerste jaren vooral op de inning en de verdeling van de vergoedingen die verschuldigd zijn voor de uitoefening van alle rechten die betrekking hebben op wettelijke licenties, meer in het bijzonder de reprografie.

Als algemene regel in het auteursrecht geldt dat enkel de rechthebbende, zijnde auteur - of in geval van overdracht of licentie -  de uitgever, het recht heeft om zijn werk te reproduceren of te laten reproduceren. De opkomst van snelle verveelvoudigingsapparaten en de daaruit voortvloeiende toename van inbreuken heeft de wetgever ertoe gebracht om een uitzondering op dit basisprincipe te voorzien, met name door een wettelijke licentie in te voeren waarbij de gebruiker onder bepaalde voorwaarden auteursrechtelijk beschermde werken mag kopiëren, op voorwaarde da hier een billijke vergoeding tegenover staat.

De vennootschap Reprobel werd bij Koninklijk Besluit gemachtigd om als enige de reprografievergoeding te innen. Deze vergoeding heeft een duale basis:

  • Enerzijds een forfaitaire vergoeding op apparaten die gebruikt worden om te reproduceren. Deze vergoeding wordt betaald door de fabrikanten en importeurs van deze apparaten (bijdragenplichtigen).
  • Anderzijds wordt een vergoeding betaald evenredig aan het aantal gemaakte kopieën van beschermde werken. Deze vergoedingsplichtingen zijn organisaties, namelijk bedrijven, onderwijsinstellingen, copyshops en overheden. Particulieren betalen enkel via copyshops.

50% van de door Reprobel geïnde gelden, wordt toegekend  aan de auteurs (Auteurscollege) en 50% aan de uitgevers (Uitgeverscollege). Deze 50% wordt vervolgens op basis van een studie binnen het Uitgeverscollege onder de verschillende beheersvennootschappen van uitgevers verdeeld (boeken, kranten, tijdschriften en partituren)

Digitale secundaire exploitaties

Sinds 2008  beschikt Reprocopy ingevolge een mandaat van haar leden ook over het recht om aan derden digitale secundaire exploitaties van persartikels toe te staan.

Als algemene regel in het auteursrecht geldt dat enkel de rechthebbende, zijnde auteur - of in geval van overdracht of licentie -  de uitgever, het recht heeft om zijn werk te reproduceren of te laten reproduceren. Dit heeft tot gevolg dat (behoudens de door de wetgever bepaalde uitzonderingen bv. reprografie) voor elk secundair gebruik een voorafgaande schriftelijke toelating moet worden gevraagd aan de uitgever. Onder  digitaal secundair hergebruik  valt het elektronisch reproduceren, mededelen en/of verspreiden van persartikels met gelijk welk middel (scannen, verspreiding via intranet/extranet/email/website), het stockeren van persartikels etc.).  Het verkrijgen  van deze toestemming kan afhankelijk gesteld worden van het betalen van een vergoeding.

Reprocopy heeft Mediargus gemandateerd om in haar naam en voor haar rekening  de licenties toe te kennen en de verschuldigde vergoeding te innen. Reprocopy verdeelt vervolgens de geïnde bedragen onder haar leden.

Monitoring

Reprocopy zal anno 2010 en volgende op meer systematische wijze controle uitoefenen op de exploitatie door derden van auteursrechtelijk beschermde werken zonder voorafgaande toestemming van de rechthebbenden. 

Indien gehandeld wordt zonder voorafgaande toestemming en bijgevolg een inbreuk wordt gepleegd op de auteursrechten van de Vlaamse krantenuitgevers, is Reprocopy genoodzaakt verdere (gerechtelijke) stappen te ondernemen.

Het brede publiek werd hierover begin juni 2010 geïnformeerd via een campagne in 7 grote Nederlandstalige kranten.